Indonesië

Overwinteren op Bali


Portugal Algarve

Overwinteren aan de Algarve in Portugal.


Spanje Costa Blanca

Appartement in Benidorm incl.vlucht. 36 dgn.v.a. €780

 


Spanje Costa Blanca

Nieuwbouwwoning nabij Altea en Albir. Wifi,TV,Zeezicht €600,00 p.mnd.


 

 

De nieuwe nomaden

Bloemen

De mens is van oorsprong een nomadisch ras. Nomaden trekken van plaats naar plaats, gedreven door de noodzaak voedsel voor zichzelf en hun veestapel te vinden. In de loop van de menselijke evolutie zijn we er achter gekomen, dat het veel efficiënter is om niet achter je voedsel aan te lopen, maar het naar je toe te halen. Lekkere hapjes, waar je in de natuur kilometers voor moet lopen om ze te vinden, kun je ook in een tuintje bij elkaar zetten en opeten als ze rijp zijn. Maar wie past er op de koeien op de dagen waarop het tuintje moet worden verzorgd? Als dat de buurman nu eens doet, dan ruilen we een zak met knollen voor een kan melk en hebben we allebei zowel knollen als melk. Bijkomend voordeel: wie zich de hele dag met het verbouwen van knollen bezig houdt kan dat na een tijdje heel erg goed en heeft dus een hoge opbrengst. Het zelfde geldt voor de koeien-buurman. Samen zijn we dus een stuk beter af dan ieder alleen.

Maar het leven is hard, geen voordeel zonder nadeel! Zo’n veldje met knollen is heel aantrekkelijk voor nomadische buurmannen en als je even niet oplet, blijkt ’s morgens opeens je halve oogst weg te zijn. Wat te doen? Zelf kun je heel goed schoffelen, maar je hebt helemaal geen zin om de hele nacht naast je veldje te staan om vervolgens bij zonsopkomst met je nomadische buurman op de vuist te moeten. Gelukkig heeft de koeien-buurman een zoon die wat hoger is opgeschoten dan de rest en bovendien graag in het rond mept. De oplossing is snel gevonden: ik geef deze stoere jongeman een tiende deel van mijn knollen, onder de voorwaarde dat hij mijn veldje beschermt.  De jongeman ziet er wel brood (beter gezegd knol) in en bewaakt ’s nachts mijn veldje. Overdag soest hij heerlijk in de zon en geniet van het leven. Hij ruilt een paar knollen voor een kannetje melk en heeft heerlijke knollenpap voor het diner.

Mijn andere buurman ziet het succes van mijn knollenveldje en denkt: wat hij met knollen kan, kan ik met peulen! Naast mijn knollenveldje komt dus een peulenveldje. Maar ook mijn peulen-buurman heeft een beveiligingsprobleem. Hij vraagt de zelfde jongeman die zo goed kan meppen om ook op zijn veldje te passen in ruil voor 10 procent van de peulen-opbrengst. Die ziet er wel peul in, maar vindt, dat hij het nu wel wat te druk krijgt. Hij vraagt daarom zijn vriend, die ook goed kan meppen maar wat minder ‘hersens’ heeft, om hem te helpen in ruil voor drie procent van de peulen-opbrengst. Nu soezen ze samen overdag in de zon en bespreken de landelijke politiek. Omdat ze toch niets te doen hebben zetten ze zich aan met maken van een mooie knuppel, waarmee ze nog harder kunnen meppen. Het eerste leger is geboren!

Bloemen

Na een jaar komt onze generaal tot de conclusie, dat zijn vaste kosten toch wel erg hoog zijn. ’s Nachts past hij op en overdag is hij moe. Daarom kan hij niet zelf het dak van zijn huis repareren en  hij moet dus de dochter van de buurman vragen om dat te doen. Niks voor niks, zij wil een zak peulen en een zak knollen voor deze dienst. Opgeteld bij de drie procent, die onze generaal al aan zijn vriend moet betalen, blijft er nu te weinig over om van te leven. De generaal komt dus bij de knollenboer en zegt, dat met ingang van het nieuwe seizoen de bewakingskosten zijn gestegen naar vijftien procent. De arme boer staat voor het blok: vijftig procent laten jatten of vijftien procent afdragen? Ofschoon hij er weinig voor voelt, leert eenvoudig hoofdrekenen dat hij de afdracht moet verhogen naar vijftien procent. Bovendien kan onze generaal erg goed meppen, hij heeft een mooie knuppel en een vriend, die ook goed kan meppen. Onze knollenboer kan het zich daarom niet permitteren om hem tegen zich in het harnas te jagen. Met een blijde glimlach op het gezicht zegt hij dus: ‘Natuurlijk, mijn generaal, de afdracht gaat meteen omhoog naar vijftien procent, ik vond tien procent de hele tijd al erg laag!’

Dit proces is tot een hoge mate van perfectie doorontwikkeld tot op de dag van vandaag. Nog maar heel weinig mensen leiden een nomadisch bestaan, en dat is best goed te begrijpen.  Als mijn dak lekt, dan wil ik dat de dochter van mijn buurman er morgen is voor de reparatie en niet pas over drie maanden omdat ze nu op stap is. En de generaal wil gewoon op 1 april  zijn zak met knollen. Een vertegenwoordiger van de generaal moet af en toe kunnen controleren, of ik niet stiekem een paar zakken met knollen op zolder wegzet en daarover geen afdracht doe (de zogenaamde ‘zwarte knollen’). Daarom moet ik bij mijn veldje blijven. En daarom moet de controleur van de generaal ’s ochtends om 8:30 op zijn kantoor zijn. Alleen de generaal mag af en toe onder werktijd op reis (een dienstreis heet zoiets dan).

Met het complexer worden van onze samenleving is de noodzaak om ergens vast gevestigd (‘sedentair’) te zijn en te blijven steeds groter geworden. Onze hele regelgeving is er dan ook op gericht dat mensen in een huis wonen en daar ook gedurende elf maanden per jaar zijn. Een maand weg mag, vakantie heet dat. In die ene maand moet het reis-gen, dat kennelijk nog steeds bij veel mensen aanwezig is, worden bevredigd. Deze noodzaak om sedentair te zijn is zozeer tot geloofsartikel verheven, dat sommige mensen zich hebben laten verleiden om reizende mensen op voorhand in een kwaad daglicht te stellen. De zigeuners, voor ons het symbool voor de reizende mens, kunnen daar een boekje over open doen.

Het is nu 2011. Iedereen sedentair zou je dus denken. Maar nee, het reis-gen is niet te onderdrukken! Onze samenleving is in een stadium gekomen, waarin het reis-gen zelfs weer krachtige stimulansen krijgt. Steeds meer mensen hebben een arbeidsloos inkomen. Ze hoeven niet meer te werken en hebben toch een goed inkomen tot aan hun laatste dagen. Reizen is gemakkelijk, veilig en goedkoop. De grenzen gaan wereldwijd steeds verder open, en binnen Europa (de EU) zelfs wagenwijd open. Waarom nog langer achter de geraniums?

En ze gaan weer op pad, echt op reis, de nieuwe nomaden zijn geboren!

Met “reizen” bedoel ik iets anders dan vakantie houden. Het verschil zit hierin: iemand die reist heeft geen datum (anders dan in zijn of haar eigen hoofd) waarop hij of zij terug moet zijn. Iemand die vakantie houdt moet (vanwege werk of school, in ieder geval om een externe reden) op een bepaalde datum weer terug zijn.

GS

Knop kadertekstNaar andere kaderteksten